Rights of accompanied children in asylum proceedings: the challenges of a holistic approach and high quality decision-making – Ellen Desmet

Wanneer kinderrechten en staatssoevereiniteit elkaar ontmoeten in het migratierecht, wordt hun relatie beladen met spanningen. Dit zou een belangrijke reden kunnen zijn waarom 15 van de 16 mededelingen waarover het Comité inzake de rechten van het kind overeenkomstig artikel 10, lid 5, van het Facultatief Protocol betreffende een communicatieprocedure (CRC OP3) een standpunt heeft ingenomen, betrekking hebben op de rechten van kinderen in een migratiecontext.

Ook de huidige zaak V.A. tegen Zwitserland (CRC/C/85/D/56/2018) heeft betrekking op asielzoekende kinderen. Daarin heeft het CRC-Comité een schending van artikel 12 IVRK vastgesteld omdat twee kinderen, E.A. en U.A. (hierna: “de kinderen”) niet waren gehoord in afwachting van een Dublin transfer van Zwitserland naar Italië. Het feit dat de Zwitserse autoriteiten de twee kinderen niet hadden gehoord over hun traumatische migratie-ervaringen, getuigde bovendien van een gebrek aan zorgvuldigheid bij de beoordeling van hun belangen, hetgeen een schending van de artikelen 3 en 12 van het IVRK oplevert.

De vorderingen van de auteur onder artikel 2 (non-discriminatie), artikel 6, lid 2 (recht op leven, overleven en ontwikkeling), artikel 24 (recht op de hoogst bereikbare gezondheidsstandaard) en artikel 37 (bescherming tegen onmenselijke en vernederende behandelingen) van het IVRK werden niet-ontvankelijk geacht. Hoewel het Comité voor de rechten van de mens de vordering van de auteur op grond van artikel 22 van het IVRK (bescherming van vluchtelingen en asielzoekende kinderen) ontvankelijk verklaarde, ging het bij de beoordeling van de gegrondheid niet in op deze bepaling.

Lees meer op childrensrightsobservatory.nl !! (Gepubliceerd door Universiteit Leiden) (Blog is in het Engels)

%d bloggers liken dit: