Gedwongen opname: ervaringen van professionals en ervaringsdeskundigen – Freya Vander Laenen

Begrip, begrip voor de patiënt, voor de cliënt en ook, je hebt twee soorten rechters en advocaten, en ook psychiaters: dat zijn er van de oude en van de nieuwe stempel. Er zijn er veel van de oude stempel die autoritair zijn ‘jij weet niets, ik ga het allemaal zeggen’. En je hebt er van de nieuwere stempel die, waarmee je tenminste kunnen samen, met op gelijke voet, .. die gelijke voet vind ik heel belangrijk, want ook al kennen ze jouw achtergrond niet, bij mij, ik heb redelijk wat kennis en ervaring en toch zijn er soms nog artsen die zeggen van ‘ik weet het beter als u’, soms zeggen ze zelfs hoe je hoe u voelt, terwijl dat niet waar is. (…)

Ervaringsdeskundige

Achtergrond en doel van het onderzoek

Gedwongen opname komt frequent voor en stijgt ook, zowel in België als in andere landen. Bij een gedwongen opname zijn heel wat personen en actoren betrokken. Opvallend genoeg is zowel in België als internationaal onderzoek vanuit intersectoraal perspectief bijzonder beperkt.

Het onderzoek had twee doelen:

  1. De ervaringen van verschillende actoren betrokken bij een G.O. in kaart brengen.
  2. Aanbevelingen formuleren op basis van wetenschappelijke, ervarings- en praktijkkennis om de toepassing van G.O. te optimaliseren.

Om de doelstellingen van het onderzoek te bereiken werd een internationale literatuurstudie uitgevoerd en werden focusgroepen georganiseerd met ervaringsdeskundigen, naasten, huisartsen, psychiaters, personeel van een psychiatrisch ziekenhuis, advocaten, vrederechters en procureurs en politie ambtenaren. In totaal namen 50 mensen deel aan de focusgroepen. In dit onderzoek werden focusgroepen uitgevoerd met zowel professionele actoren als met (familie)ervaringsdeskundigen. De ervaringskennis van de (familie)ervaringsdeskundigen vormt een meerwaarde voor dit en voor elk verder toekomstig onderzoek rond geestelijke gezondheidszorg. In het bijzonder wanneer rechten van personen potentieel op het spel staan, is onderzoek met mensen met ervaring een noodzaak.

Resultaten

Maatschappelijke context van belang

Een terugkerende ervaring, bij alle actoren, is dat de vermaatschappelijking van de zorg, het afbouwen van bedden en besparingen leiden tot tijdsdruk en plaatsgebrek in de residentiële én de ambulante zorg. Ook wordt gewezen op een gebrek aan tolerantie in de samenleving. Deze evoluties worden in verband gebracht met een toename van het aantal G.O.’s. Het toenemend aantal G.O.’s zet de (vrijwillige) zorg verder onder druk. 

De toepassing centraal

Bij de toepassing van de G.O. worden grote verschillen aangegeven, tussen huisartsen, parketmagistraten, vrederechters, advocaten, psychiaters en ziekenhuis(afdelingen). Knelpunten bij G.O. vinden hun oorsprong niet zo zeer in de wetgeving, als wel in de toepassing van de wetgeving. Alle actoren erkennen de impact van een G.O. op de persoon. Bij de professionelen wordt vooral gefocust op de impact bij de start van een G.O., terwijl (familie)ervaringsdeskundigen meer ingaan op de negatieve impact van een G.O. tijdens en na een G.O. Alle actoren erkennen de noodzaak van een G.O. Toch overheersen bij (familie)ervaringsdeskundigen negatieve ervaringen. Voor (familie)ervaringsdeskundigen kan een G.O. een traumatiserende ervaring zijn, ook lange tijd na hun ontslag.

Verschillende actoren: rol en positionering

De centrale actor in de G.O. is de psychiater. Het medische perspectief staat centraal. Andere zorgverstrekkers dan de psychiaters krijgen weinig aandacht en een beperkt gewicht toebedeeld. Wel wordt ‘de geestelijke gezondheidszorg’ als sector als toonaangevend ervaren bij een G.O. Vrederechters nemen een belangrijke, zij het vooral formeel juridische, positie in. Parketmagistraten zijn een radar in het netwerk bij een G.O., hoewel hun rol en positie niet even zichtbaar is voor alle actoren. Politie heeft een duidelijke plaats bij een G.O., vooral bij de start van een G.O. Huisartsen nemen geen centrale plaats bij een G.O., zij zijn vooral een bron van informatie bij de start van een G.O. Naasten nemen evenmin een centrale plaats in bij een G.O. Ook zij zijn vooral een bron van informatie bij de start van een G.O. Advocaten lijken bijna buiten ‘de cirkel’ van een G.O. te vallen en zij worden om hun positie ‘op de rand’ bekritiseerd. Bij de ervaringsdeskundigen overheerst een gevoel van machteloosheid en controleverlies, doorheen het volledige verloop van een G.O. en vooral tijdens de opname. Opvallend zijn de gelijkenissen tussen de ervaringen van naasten en de ervaringsdeskundigen. Er is sprake van een gedeelde machteloosheid.

Nog geen patiëntenrechten-reflex

Ervaringsdeskundigen geven aan dat zij onvoldoende – begrijpbare – informatie krijgen, zeker rond medicatie en hun patiëntendossier. Ervaringsdeskundigen zitten met onbeantwoorde vragen: Wat staat in omstandig verslag? Waarom wordt een G.O.-procedure opgestart? Welke stappen worden gezet in een G.O-procedure? Welke mogelijkheden heeft persoon zijn stem te laten horen? Welke stappen kan een persoon zelf zetten om een G.O. te beëindigen, …?

Intersectorale samenwerking: gemengd rapport

Wat loopt goed? De samenwerking tussen de professionele actoren, bij een spoedprocedure, lijkt globaal goed te lopen omwille van duidelijke afspraken, op papier, met een uitgesproken engagement van de betrokken actoren. Elke actor weet wie welke taak, rol en verantwoordelijkheid heeft.

Wat kan beter? Bij huisartsen en politie bestaan frustraties bij de start van een G.O. omwille van het soms lange wachten, samen met de persoon, voor een volgende stap kan gezet worden; omdat zij ervaren verantwoordelijk te zijn voor het zorgen voor de veiligheid van de persoon; en omdat, als de G.O. niet doorgaat, zij moeten zorgen voor verdere opvang.

Een gebrek aan opleiding en vorming

Een terugkerende ervaring, bij alle professionelen, is dat zij vaak ‘al doende leren’, in de praktijk en zij problematiseren het gebrek aan vorming en opleiding.

10 aanbevelingen

Vier elementen zijn richtinggevend voor de 10 centrale aanbevelingen: 1. het maximaal promoten van vrijwillige zorg en het inzetten op alternatieven voor gedwongen interventies in het algemeen en gedwongen opname in het bijzonder; 2. het versterken van de positie (in de besluitvorming) van (familie)ervaringsdeskundigen; 3. gericht op herstel-ondersteunende zorg; 4. het versterken van de samenwerking tussen actoren en tussen disciplines.

  1. Zet volop in op crisisplanning, om de ervaringen van mensen te verbeteren en om een G.O. te voorkomen.
  2. Plan zorg na ontslag van bij de start van de opname of minstens tijdens de opname en betrek hierbij de ambulante (geestelijke) gezondheidszorg.
  3. Ontvang de persoon als volwaardige gesprekspartner en blijf de persoon als individu en als mens zien.
  4. Ontvang naasten als volwaardige gesprekspartner: erken hun expertise, beluister hen en betrek hen bij besluitvorming.
  5. Informeer de persoon actief over de procedure en het verloop van een G.O. én over zijn rechten als patiënt, zeker rond medicatie en inzage in het patiëntendossier.
  6. Beperk zoveel mogelijk de ervaring van dwang en behoud zoveel mogelijk autonomie.
  7. Zet meer in op participatie van mensen met ervaring, zowel in de zorg bij beslissingen rond eigen behandelingen, op het niveau van de afdeling en het ziekenhuis als op beleidsniveau, ook bij de aanpassing van wetgeving.
  8. Zorg voor duidelijkheid bij intersectorale samenwerking, benoem verschillen en zet afspraken op papier.
  9. Stimuleer actor-overstijgende opleiding en vorming en denk eraan ook mensen met ervaring te betrekken.
  10. Registreer en inventariseer systematisch goede voorbeelden en wissel deze voorbeelden uit.

Meer weten?

Freya Vander Laenen (2021), Gedwongen opname, Ervaringen van professionals en ervaringsdeskundigen, Gompel&Svacina Uitgevers, Antwerpen/ ‘s-Hertogenbosch www.gompel-svacina.eu

%d bloggers liken dit: